Kinderhaptotherapie

Kinderen met bewegingsonrust, een voorbeeld
Uitgaande van normale motoriek en geen stoornissen op enig niveau van het zenuwstelsel, kun je kijken naar kinderen met bewegingsonrust. Wat zie je dan? Ze zijn actief, ondernemend, creatief. Blijven maar weinig stilstaan bij één ding en zoeken vaak naar iets nieuws, iets anders. Ruimtelijk zijn ze zeer aanwezig, onderzoeken wat er is en zitten niet lang op hun stoel. Ze zijn leergierig en vragen daarin aandacht. Ze zijn moeilijk af te grenzen in hun activiteiten. In haptonomie zoek je naar relaties tussen bewegen en emoties. Wat zou je kunnen ontdekken? Als je die bewegingen vertaalt naar emoties dan zou je op het volgende kunnen komen.

Beweging die naar buiten gericht is kan duiden op er op af gaan, aanpakken, doen en ook op samen delen. Het kind wil dat je meedoet, ook actief bent en meespeelt. In die beweging zit een gezonde dosis agressie (lett.: er op af gaan). Als die niet beantwoord wordt kan het leiden tot frustratie, niet meer delen van die inzet en ingehouden boos worden. Ingehouden boosheid zit meer in de hoek van isolatie, ik doe niet meer mee maar ben wel tegen, opstandig dus. Deze kinderen vertonen verzet, willen vaak niks meer en kunnen ook stiekem dingen gaan doen. Ze zouden zelfs gemeen kunnen worden tegen broertjes, zusjes, vriendjes, vriendinnetjes.

Beweging die niet geuit mag worden wordt vaak beladen met angst, en uiteindelijk ook aangestuurd door angst. “ik word niet gezien en gehoord, de wereld is niet veilig”, ook al zal het niet gauw of zelfs nooit zo benoemd worden, er speelt wel zoiets.

Vaker hoor je tussen de regels door dat de wereld tégen ze is, of dat niemand ze begrijpt. Jonge kinderen kunnen dit niet zo vertalen, pubers des te meer.  Bij jonge kinderen zie vooral het tegengedrag, het niet luisteren het luidruchtig zijn, het alsmaar druk zijn, het als maar anders willen. Angst hoort bij isolatie, afsluiten, het alleen oplossen. Bewegingsonrust is dan een tegenbeweging geworden: verzet, niet gehoorzamen, eigen regels willen en vooral niet conformeren.

Behoefte aan contact
Basaal is er in ieder mens behoefte aan contact, verbinding. Het geïsoleerde kind is ook op zoek naar contact en kiest vanuit zijn mogelijkheden wegen om het te krijgen. Dit kan dus heel erg vanuit negatieve aandacht geworden zijn. Druk, veeleisend, niet gauw tevreden, het moet alsmaar anders, het is nooit genoeg, etc.

Een weg om het kind te bereiken is primair om het te zien staan, te willen zien en begrijpen in de wereld waarin het zich begeeft. De betekenis zoeken achter het gedrag en het te leren begrijpen. Pas dan kun je het kind steunen in wat het zoekt (steun en contact) en in een volgende stap ouders leren wat ze kunnen doen om het contact te hervinden. Vaak gaat dit om normen en waarden, verwachtingen. Je wilt zo graag dat je kind…. Ook speelt hier het begrip voor ouders dat zij ook een bepaalde leefwereld hebben met verwachtingen opvattingen, wensen en verlangens. Veelal wordt een bepaald patroon van omgang met elkaar onbewust in stand gehouden. Als ouder heb je daar soms helemaal geen zicht meer op. Het helder en bespreekbaar maken van al deze aspecten kan veel lucht geven in de relatie met het kind.

In haptonomie ga je vooral op zoek naar de verbinding, in eerste instantie met het kind (wat is daar voor nodig?) en daarna ook met de ouders; wat hebben zij nodig om die verbinding terug te vinden?