Manuele therapie

Hoe gaat een manueeltherapeut te werk?

Anamnese
Vóór de behandeling wordt een anamnese afgenomen. Dat wil zeggen dat er een vraaggesprek wordt gehouden waarin wordt gevraagd naar de klachten, waar en wanneer ze optreden, hoe lang ze al bestaan, waardoor ze worden verergerd of juist minder worden enz. Ook kan gevraagd worden naar andere aandoeningen of ziektes, eerdere behandelingen, terwijl ook zaken als werk- en privéomstandigheden aan bod kunnen komen.

Algemeen lichamelijk onderzoek
Hierna volgt een algemeen onderzoek, waarbij de manueeltherapeut ondermeer de stand en beweeglijkheid van de patiënt bekijkt, overigens zonder hieraan een waardeoordeel te geven. Het algemeen lichamelijk onderzoek dient slechts om de toestand vóór en na een behandeling te kunnen vergelijken (dit geldt evenzeer voor de anamnese). Het onderzoek wordt aangevuld met bepaalde testen.   

Testen, metingen en analyse van het individuele bewegingspatroon.
Vervolgens wordt door de manueeltherapeut een aantal voorkeursbewegingen getest, zoals handen vouwen, armen over elkaar doen, spitten, etc. Eveneens worden metingen verricht aan botten en gewrichten, teneinde een bewegingsmechanische analyse te kunnen maken die geheel gebaseerd is op het individuele bewegingsapparaat. Hierbij wordt uitgegaan van het feit dat ieder lichaam asymmetrisch is. Er is bijvoorbeeld altijd verschil in lengte van de rechter en linker onderarm, de stand van de linker- en rechterbekkenhelft. Deze en vele andere verschillen worden vastgelegd. De manueeltherapeut gebruikt bij de analyse in totaal 26 verschillende bewegingen en metingen. Met deze gegevens kan de manier worden berekend waarop de patiënt moet worden behandeld.

Aanvullende informatie
Medische verslagen en de onderzoeksresultaten van derden, waaronder röntgenfoto’s, scans en dergelijke,
worden bij het onderzoek betrokken.